Gebruik je ruimte voor innovatie van het onderwijs!

mrt. 25, 2021 Geschreven door: Miriam Creusen

Ik ben geen onderwijskundige, geen beleidsmaker, maar een ouder van twee kinderen die Agora-onderwijs genieten en van huis uit organisatie-adviseur. Ik draag het Agora-onderwijs een warm hart toe in hun visie om de ontwikkeling van het leren van kinderen vooruit te benaderen vanuit hun eigen intrinsieke motivatie.
Ik verbaas me over de politieke programma's over onderwijs waarin leenstelsel, lerarentekort en bijzonder onderwijs meer centraal staan dan het innoveren van het onderwijsstelsel naar een stelsel dat past bij deze tijd! Vanuit het onderwijsveld komen er al een hele tijd signalen van overbelasting van leerlingen en leerkrachten en onvrede over van alles en nog wat! Ik vind dat de nadruk zou moeten liggen op innovatie van het onderwijsstelsel maar ook op het meer gebruik maken van de vrijheden die er al zijn binnen het onderwijsstelsel voor innovatie. Een sleutel daarvoor ligt bij de schoolleiders en een effectieve organisatie-inrichting.
Dat dat kan, een andere weg naar het diploma dan met niveaus, leeftijdsgroepen, vakmethodieken, toetsen en cijfers... dat bewijst voor mij het Agora-onderwijs! Maar waarom wordt die vrijheid niet meer benut?

De afgelopen weken zijn we doodgegooid met ‘onderwijsachterstanden’ en verontruste leerkrachten door de Coronacrisis. Leerkrachten slaan alarm over verhoogde werkdruk, achterstanden, onmacht. In de partijprogramma’s van de diverse politieke partijen gaat het bij het thema onderwijs vooral over het leenstelsel, salarissen van onderwijspersoneel, extra begeleiding en het voorkomen van kansenongelijkheid die tekortkomingen van het huidige onderwijsstelsel moeten opheffen.

Het onderwijsstelsel is gebaseerd op hoe we aan het eind van de negentiende eeuw dachten onze jongeren te moeten opleiden, gericht op vroege leeftijdselectie en toegang tot de arbeidsmarkt. We werken met vakken, lesroosters, toetsen, cijfers en onderwijsmethodieken uit boeken. We onderscheiden al vrij vroeg de sterretjes van de maantjes en de VMBO-leerling van de VWO-er alsof het niks is. Bovendien vinden we dat leeftijden bij elkaar horen en gaan er dan ook vanuit, dat elk kind dezelfde ontwikkeling op hetzelfde moment doormaakt. Een soort van ‘Oei, ik groei’ boek voor oudere kinderen. Afwijken van de norm is buiten de boot vallen. Is het dan vreemd, dat we meer segregatie ervaren en de voorbereiding voor ‘goed’ burgerschap missen die ongelijkheid nog verder in de hand werken?

Het ‘onderwijzen’ van de niks wetende leerling door de ‘wijze’ volwassene is niet meer van deze tijd. De leraar is in het boek verdwenen; hij of zij houdt zich vast aan de onderwijsmethodieken die onderwijsuitgeverijen hebben bedacht. Het in 40 weken opgeknipte lesprogramma per jaar, per niveau, met gecomprimeerde teksten gepimpt door kleuren en schoolse filmpjes die het nog interessant moeten maken is de houvast geworden. Dat is ook de enige reden om te kunnen spreken van ‘achterstanden’. Jongeren hoeven niet meer ‘onderwezen’ te worden; ze hebben hun eigen vragen waar ze antwoorden op willen vinden. We kunnen niet voorspellen welke banen en functies er over tien jaar nodig zijn. De gehele visie achter de onderwijsmethodieken, klassenindelingen en niveaus, het sluit niet meer aan op deze tijd. Daarbij doet het allerminst recht aan de passie van de leerkracht die ondergesneeuwd raakt door al dat 'moeten'.

Al de eerste vier jaren van zijn leven leert ons kind veel wat wij hem niet kunnen leren; omrollen, kruipen, lopen, fietsen, praten. Als ouder voegen we daar weinig aan toe, behalve dat we zorgen voor een veilige omgeving waarin we aanmoedigen en verzorgen. Niks meer en minder heeft de leerling nodig als hij opgroeit tot volwassene: een veilige omgeving waarin hij kan ontdekken wat hij interessant vindt, wat hij wel en niet kan en waar er bronnen van informatie en ervaringen zijn waar hij zich aan kan laven.

De ontwikkeling draait om het verkrijgen van wijsheid; het vergaren van kennis, het opdoen van ervaringen in combinatie met een betekenis, op basis van intrinsieke motivatie. Het is dezelfde intrinsieke motor inzetten die we nu zo hard proberen aan te jagen door verhoging van de salarissen in het onderwijs (en in de zorg!). Echter, als je de betekenis van het vak waar je ooit voor gekozen niet meer herkent in je werk, dan is de balans zoek. Geld is dus niet de (enige) oplossing.

Onverlet dat een discussie over de wijze van toetsing en opgelegde tijdsdruk zeer zinvol is, is het eindexamen een basis van kwaliteitsborging! Zoveel nadruk leggen op het examen en de druk op vernieuwing in de huidige discussies doet uit het zicht verdwijnen, dat de onderwijssector ook nu al met de huidige regels een enorm groot speelveld heeft voor een eigen invulling van het onderwijs! Waar wordt je tegengehouden om alle niveaus en leerlingen in groepen door elkaar te plaatsen, om toetsen en cijfers te vervangen door voortgang en ontwikkeling en gericht op de leerling je onderwijs èn organisatie in te richten?

De strictheid van regelgeving zit voornamelijk in de eindtermen voor het examen. Met een half jaartje oefenen in het maken van het centraal examen aan het einde van je tijd op school, ligt de gehele weg daarvoor open om langs de weg van natuurlijke nieuwsgierigheid van het kind in combinatie met de passie, kennis, ervaring en ondersteuning van leerkrachten jezelf als kind te ontwikkelen. Hoe je in een aantal jaren naar het diploma toe werkt, daarin zit dus enorm veel vrijheid, zelfs in de vorm en inhoud van het PTA. Een leerkracht kan zijn eigen lesmateriaal vorm geven om uitdrukking te geven aan de passie voor zijn vak. Als we daarbij ook nog rekening houden met allerlei verschillende leermethodieken, dan wordt het een uitdaging om je vak op diverse manieren 'aan de leerling' te brengen. Tel daarbij op dat je slagen en zakken kunt laten vervallen als je je richt op de ontwikkeling van de leerling, dat je leerlingen en niveaus door elkaar kunt plaatsen en op basis van hun eigen intrinsieke motivatie zich laat ontwikkelen, dan hebben we mogelijkheden tot vernieuwing! Een vernieuwing die niet alleen het onderwijs zal helpen, maar ook beter kan voldoen aan de maatschappelijke doelstellingen van aansluiting op de (continu veranderende) arbeidsmarkt, een voorbereiding voor ‘goed’ burgerschap en het verminderen van segregatie. Agora Roermond gebruikt deze vrijheden al jaren om binnen het huidige stelsel regie over eigen ontwikkeling centraal te laten staan.

Om dat te verwezenlijken hoort bij deze aanpak een organisatie-inrichting waarin de leerling en zijn ontwikkeling tot aan het verlaten van de school centraal staan en waarin de daarbij te onderscheiden coaching en vakexpertise worden ingepast. Dat vergt een andere kijk op processen en op de resultaten dan nu het geval is! Er is schoolleiderschap nodig dat meer is dan de sturing van zelfstandige professionals; Een vorm van sturing die voorwaarden schept en motiveert maar ook continu richting blijft geven en bijstuurt om zowel de onderwijsdoelstellingen als ook de maatschappelijke (indirecte) doelstellingen van onderwijs te realiseren. De groep van schoolleiders, daar zitten de kansen om én te kunnen innoveren binnen het huidige stelsel én om met de politiek om tafel te gaan zitten om dat stelsel naar de huidige tijd aan te passen!

Mijn keuze voor Niekée

Leerlingen van Niekée zijn leerlingen die mee richting geven aan hun leerproces. Als leerling, als docent en als ouder reflecteren we en sluiten we aan bij de reeds aanwezige kennis en kunde.